Een verhaal | door Manna Mulder, deel 1

Rode Taunus in 1987 geparkeerd voor winkel

Zelf ben ik niet zo’n verhalenverteller. Ik vroeg daarom aan Manna Mulder of ik van haar blog een verhaal mocht publiceren. Het is dit verhaal geworden (titel “… een klein hoekje …”) .
Wil je nog meer van Manna Mulder lezen, klik dan hier.

Een verhaal

Halftwaalf reden we de straat uit. De wijde wereld in, met een zonnig gemoed, vrijheid in het verschiet. Wéken had ik zitten timmeren aan een programma dat zoveel mogelijk iedereen bediende. We hadden er enorme zin in. Rond één uur passeerden we de Nederlands–Duitse grens, voorwaarts, op naar de Harz, voor de eerste overnachting met ’s avonds uitzicht vanaf een groot terras over de bossen. En morgen in Tsjechië, een pension in een mooi gebied, niet ver van het eerste langduriger verblijf. Dan hoefden we niet zo’n eind te rijden en waren we al in Tsjechië. In Oostenrijk zouden wij –wat later- allen tezamen komen.

Een verhaal dat mis ging

In het Sauerland naderden we een file, sprak Tomtom, en besloten die te vermijden en kozen een alternatieve route. We reden over landwegen, prachtig landschap. In een gehucht besloot ik te tanken. Enigszins stijf door het zitten, stapte ik voorzichtig uit en begaf me met één stok ter ondersteuning naar de slang en gooide de boel vol. Daarna stapte ik stram over het stoepje en liep richting huisje om af te rekenen.

Of het ouderdom is, mobiliteit, debiliteit, ik weet het niet maar ineens werd mijn voet een opstaand hellinkje gewaar, ik begon uit koers te geraken, riep, of dacht, nog ‘nee, nee…’. Te laat. Met een enorme smak kletterde ik (gelukkig 40 kilo lichter) tegen de harde vlakte. Ik voelde dat het mis was, sjorde mijn onder mijn linkerzij verstopte hand tevoorschijn en gruwde bij de aanblik. Mijn hand had een eigen richting genomen ten opzichte van mijn onderarm. Het personeel kwam naar buiten gesneld en vroeg een ambulance te bellen. ‘Ja,’ sprak ik luid en duidelijk, ‘ich habe meine Hand gebrochen,’voegde ik er aan toe. ‘Nein,’zei de mevrouw. ‘JA,’ sprak ik, ‘und die Kinder sind im Wagen.’

Na korte tijd kwamen de kinderen uit eigen beweging omdat ze meenden te horen dat hun moeder ruzie aan het maken was. Zij dachten een kind op de grond te zien liggen. In beide gevallen: mispoes.

Een verhaal met een ambulance

Daarna ging het razendsnel; ambulance kwam, moeder werd eerst grauw, toen groen. Ik sprak en hoorde de duivel die in mij gevaren was, een onherkenbare zware stem, het was doodeng, het voelde als dood. Daarna werd ik met vereende krachten op een brancard gehesen en dertig kilometer verderop in een Evangelisches Krankenhaus binnengereden. Het was maar goed dat al het aanroepen van de heer niet geregistreerd was.                                                                  
Het ging snel, foto’s, en Dr. Bernard die bij mijn bed kwam staan en de eerste woorden sprak:  ‘Oranje boven.’
‘Bitte?’ vroeg ik, niet begrijpend wat ik hoorde.  ‘Oranje boven,’ herhaalde hij, en keek er guitig bij. Ik wist wel waar hij op ‘doelde’.
Nu, een paar dagen later, en zelf met veel plezier 99 Luftbalonns rondgestuurd, na de nederlaag van die Mannschaft, na 99 minuten, heb ik denk ik hetzelfde gevoel, darüber.    (https://www.youtube.com/watch?v=La4Dcd1aUcE)

Het Evangelisches Krankenhaus van het verhaal van Manna Mulder

Een verhaal met een breuk

Een gecompliceerde breuk. Ik mocht kiezen tussen naar Amsterdam gerepatrieerd worden en daar geopereerd, of hier ter plekke. Dr. Bernard was de Chef, dat was me inmiddels meerdere malen verteld geworden. Ik koos voor hier, in dit zomerse skigebied. Daar was voldoende kennis van zaken. Want ik was al blij dat ik niet in Tsjechië was op dit moment. En Dr. Bernard traumachirurg vandaag dienst had.

Een verhaal met een luchtje

Binnen een uur lag ik op de OK onder zeil, en ontwaakte weer later in een kamer, een plaatje in mijn pols rijker.
De dames om mij heen verkeerden in andere sferen. De een angstig voor een operatie de dag erna, de ander had een darmonderzoek op komst. Dat laatste was een feest dat breed gedeeld werd op de kamer. Tientallen keren dook de dame de WC in. Zelf was ze doof maar voor ons was er geen moment dat verloren ging. Het geknetter was niet van de lucht.

De lucht zelf was niet van vandaag maar van gisteren,  eergisteren en had een lange weg afgelegd. Mevrouw zelf had het koud en sloot het raam om vervolgens buiten te gaan roken, een gevaarlijk actie met zoveel aandrang, zou ik zeggen. Ik zou het niet gedurfd  hebben. Het was immers onvoorspelbaar wanneer er weer een golf aan kwam. Ondertussen lagen wij in de stank.  
Evangelisches Krankenhaus zou beter mevrouw een eigen kamer kunnen geven, dacht ik nog.

Een verhaal met geschrokken dochters

De kinderen waren ondertussen met Rudi-Hund in een hotel om de hoek getrokken. Helaas was de temperatuur letterlijk ook flink gedaald, zo’n tien graden. Daarom werden er spullen gekocht die noodzakelijk waren. Waaronder een cadeautje van beide dochters met afbeeldingen van Cactus-se(n). (Spreek hardop uit. Woord-in-beeld…)

Na twee nachten mocht ik me bij hen voegen en werd ik ontslagen. Maar nu uit het Krankenhaus. En de folders die de mevrouw van het Deutsche Oe Vee Vee had aangereikt en waarbij ze mij ervan wist te overtuigen dat ik ook Communion kon doen, hoefde ik niet aan te spreken. Ik weet niet eens wat Communion ist. Zou zij mij gehoord hebben?

De laatste twee gedwongen dagen in Paderborn werd ik in een rolstoel vervoerd, van vor dem Kriege. Een oud kreng. Dochters duwden me tegen de plaatselijke hellingen van de Sauerlandse stad op. Ik zat als een bejaarde er in, grauw, maar niet meer zo. Heerlijk een frisse neus halend.  Zeer liefdevol verzorgd door mijn geschrokken schaapjes.

Een verhaal met een duurzaam slot

En zo keerden wij na vier dagen terug, opgehaald in eigen auto door de ANWB, om ook een beetje duurzaam mee te denken en uit te sparen en het praktische met het financiële te combineren …                                                   Denkend aan de toekomst.

De vakantie had precies drieënhalfuur geduurd. En dat was net zo lang als dit stukje tikken met één vinger.

Op de bovenste foto staat een rode Taunus voor de deur van mijn eerste winkel De Kinderkleding Winkel in de Valeriusstraat in Amsterdam. Hij is genomen in 1986. Kijk maar naar de kentekenplaten. Ik vond dit beeld mooi passen bij het verhaal van Manna Mulder.

Lees volgende week meer van en over haar hand in deel 2 van “een verhaal”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *