Gisteren heb ik dingen weggegooid, dingen die van mijn moeder waren. Ik was aan het opruimen en vond nog allerlei administratie, die te maken had met haar overlijden. Mijn moeder is in 1996 overleden, dus het werd wel eens tijd. Deze administratie was al twee keer meeverhuisd. Het zat in dozen, die ik nooit inkeek, je kent dat wel. Maar als je dan in zo’n doos “zit”, ben je ook wel weer meteen in die periode. We waren samen van alles van plan, maar het is er nooit van gekomen.

Het huis van mijn moeder

Ze woonde alleen in een benedenwoning aan de Olympiaweg in Amsterdam Zuid. Toen mijn vader minder werd, zijn ze van 2 -hoog naar het huis schuin onder hen verhuisd, de begane grond dus. De woning had een klein tuintje en was zelfs nog een beetje groter, het had één kamer meer. Nu hadden ze een woonkamer met een zijkamer en suite en 2 kleine langwerpige kamers van ieder 2,5 bij 3,5 meter. In deze tijd zou je er één grote kamer van hebben gemaakt, maar toen was het een prima huis. De douche was aangebouwd aan het huis, als een apart kamertje, met de ingang in de slaapkamer.

Hun beider bedden, ze sliepen elk in een apart bed, konden net naast elkaar in die kamer staan. Er was zelfs nog een smalle ruimte tussen de bedden, waar je kon lopen. In de tweede kamer ernaast waren drie inbouwkasten, naast elkaar. Eigenlijk waren ze hun tijd ver vooruit, want ze hadden hier hun eigen dressingroom, hun eigen kleedkamer, waar ze zich konden aan-en uitkleden.

Het interieur van het huis van mijn moeder, met glazen salontafel en teakhouten wandmeubel

Het teakhouten wandmeubel

De woonkamer was het centrum van de woning, of eigenlijk was dat de televisie. Mijn ouders keken heel veel televisie. De beide gemakkelijke leunstoelen en de bank stonden zo in de kamer, dat iedereen makkelijk televisie kon kijken. Die televisie stond in een teakhouten wandmeubel, bestaande uit planken en een soort van bureau. Het was een klep, die je open kon doen en die klep fungeerde dan meteen als bureaublad, lekker praktisch! Als mijn moeder dan geld over moest maken, lag daar meteen het giroboekje én de enveloppen waar het ingestopt moest worden. De brievenbus van de gemeentegiro was bij ons schuin aan de overkant. Ik zie hem nog voor me, zo’n blauw robuust geval, vastgemaakt aan de gevel om de hoek van de sigarenboer.

Tussen de beide leunstoelen, de bank en de televisiekast stond een glazen salontafel. Het was een rechthoekig geval met een metalen frame, waar het glas op lag. Het had scherpe venijnige hoekjes. Menig scheenbeen is erdoor beschadigd geraakt. Het lollige van die glazen salontafel was, dat er een verdieping onder zat, een tweede metalen plank dus. Er zaten kleine vierkante gaatjes in. Als je er met je vinger op drukte, stond er even een vierkantje in je vlees. Op die plank lagen de tijdschriften. Soms een Margriet, die mijn moeder kreeg van mijn tante nadat zij er klaar mee was. Maar altijd lag daar de Avrobode, een belangrijk onderdeel van het televisiegenot. Zonder televisiegids wist je namelijk niet wat er op de televisie was! En ook al waren er maar 2 of 3 kanalen, het was toch jammer, als je niet op tijd inschakelde.

Ons huis

Toendertijd woonden wij in een groot voormalig bejaardenhuis. Omdat het een bejaardenhuis geweest was, hadden we in ons huis een personenlift. Wij sliepen op één hoog en daar hadden we 4 heerlijke grote kamers. Elke kamer had zijn eigen wc en douche, want vroeger woonden daar twee á drie bejaarden op één kamer. Ik voelde mij altijd enigszins beschaamd, als ik iemand vertelde, dat de kinderen hun eigen wc en douche hadden!

Nadat mijn vader overleden was, heeft mijn moeder nog heel lang in haar benedenhuisje gewoond. Op een gegeven moment werd zij ook minder. Aangezien wij een perfect huis hadden om mijn moeder op te vangen, besloten we dat ze bij ons kwam wonen. Ze leefde helemaal op bij dat bericht. Samenwonen met haar kleinzonen en met ons leek haar ontzettend gezellig en leuk. Wij lieten onze grootste kamer (met balkon) behangen en schilderen, we kochten een goede kledingkast voor haar en een lief klein keukenblokje. Zij zegde haar huur op en ging haar boeltje inpakken. Drie dagen later was ze dood.

De ontruiming van het huis van mijn moeder

Mijn moeder heeft dus nooit bij ons gewoond. Haar hart kon de spanning voor de aanstaande verhuizing niet verdragen. “Oude mensen moet je niet verkassen”, je hoort het vaker.
En in plaats dat we allerlei leuke dingen samen gingen doen, moest ik haar begrafenis regelen. Ze had zelf haar huur opgezegd, dus de ontruiming van de woning moest ook nog snel gebeuren. Het was een rare verdrietige tijd. De beide bedden, de gemakkelijke leunstoelen, de bank, het teakhouten wandmeubel (nu weer hartstikke hip), de eettafel met stoelen en de televisie zijn allemaal naar het Leger des Heils gegaan.

Rouwlinten

Gisteren heb ik de brieven weggegooid, die ik had geschreven aan de instanties die verwittigd moesten worden van de dood van mijn moeder. Het verhuisbericht, dat al verstuurd was voor de Avrobode moest ik rectificeren. Mijn moeder hield van televisiekijken en van ons. Het is al bijna 25 jaar geleden, maar nog raakte ik geëmotioneerd van het bundeltje rouwlinten, dat ik ook nog in mijn bezit had. Maar ik heb ze wel weggegooid. Het werd tijd.


Dit verhaal is ontstaan naar aanleiding van een samenwerking.