Onze roadtrip begint in Auckland op het Noordereiland van Nieuw Zeeland.

In en om de stad Auckland wonen zo’n anderhalf miljoen mensen en dat betekent dat ongeveer een derde van de totale bevolking van Nieuw Zeeland hier woont. We komen midden op de dag aan in het hotel wat we hebben geboekt. Het is vlak bij het centrum, om de hoek van Queen Street. We lopen de straat in op zoek naar een eettentje, maar er is weinig te vinden. Niet alleen loopt Queen Street steil naar beneden (het lijkt San Francisco wel), hij lijkt ook onverzorgd. We zien veel daklozen en er is gewoon niet veel aan.

Dat staat ook in de gids te lezen trouwens. Dat het op en neer lopen van Queen Street ongeveer het enige is wat toeristen doen als ze van het vliegveld afkomen, voordat ze verder gaan met hun reis. En dat daar dus niet veel aan is. Maar volgens diezelfde gids moet je Auckland veroveren en is het een leuke stad. Wij hebben dat dus niet ontdekt.

Een koloniaal huis aan de rand van de Bay of Islands, dat we zien tijdens onze roadtrip over het Noordereiland van NIeuw Zeeland
Russell, aan de kant van de Bay of Islands

Van Auckland naar de Bay of Islands

Dat Auckland op het Noordereiland van Nieuw Zeeland een miljoenenstad is merk je helemaal aan het verkeer. We halen de camper op en X moet meteen aan de bak met een automaat en een rechts stuur. Het verkeer is druk op de 4- en 6-baans wegen rondom Auckland. Er is zelfs een klein stukje Toll Road met een tunnel. Maar onze roadtrip door Nieuw Zeeland is eindelijk begonnen!

(Lees over de regels voor het kamperen met een camper in Nieuw Zeeland en alles waar je verder aan moet denken, voordat je een camper huurt.)

Daarna wordt het rustiger en komen we op een tweebaansweg terecht, die ons naar de Bay of Islands brengt.

De volgende dag rijden we van de camping weg naar een plek waar je de zee echt goed kan zien. En een aantal eilandjes, want het schijnt dat de hele baai vol zit met eilanden, wel 132 stuks. Maar ze rekenen ook de extreem kleine erbij, heb ik zelf gezien.

We varen de baai over met een kleine ferry van Paihia naar Russell. Russell is een schattig plaatsje met een rijke historie als “hell hole”. Dat wil zeggen, dat het er nogal ruig aan toe ging, zo’n 150 jaar geleden. Nu is het een toeristisch dorpje met mooie koloniale huizen aan de rand van de zee. Je ziet dat het er toeristisch is, omdat er zoveel winkeltjes zijn. Maar als wij er zijn is het nogal rustig, het toeristenseizoen moet ook nog beginnen.

Hierna bezoeken we naar de Waitangi Treaty Grounds (Noordereiland, Nieuw Zeeland), waar het verdrag tussen de Engelsen en de Maori’s getekend werd. Het wordt wel de geboorteplek van Nieuw Zeeland genoemd. We krijgen een concertje van 6 Maori’s. Niet alleen zang, maar ook gebruiken ze meerdere “pois”, ballen aan een touwtje. Met deze ballen draaien ze rond, wat een heel vrolijk gezicht is. De ballen ketsen ook af en toe op hun blote huid en dat geeft een extra accent op het ritme van de muziek. Het is een leuk showtje al met al, we vermaken ons prima. Daarna nog, als echte toeristen, met alle leden van de groep op de foto.

Openbaar toilet in Kawakawa, ontworpen door Frederick Hundertwasser
Openbaar toilet in Kawakawa, ontworpen door Hundertwasser

X wil graag nog langs een waterval rijden en ik wil in Kawakawa een openbaar toilet zien, dat is ontworpen door de Oostenrijkse kunstenaar Frederick Hundertwasser. Het gebouwtje is op 10 december 1999 geopend en is door plaatselijke arbeiders naar aanleiding van zijn ontwerp gemaakt.

Daarna rijden we door naar Opononi, aan de andere kant van de landtong. Mooiere stranden dan bij de Bay of Islands.

Van Opononi naar Ramarama

De namen hier zijn moeilijk uit elkaar te houden. Het is allemaal wakuwaku voor een Nederlands hoofd als die van mij. Veel namen die ontzettend op elkaar lijken, met maar 1 letter verschil. Als er een herhaling in de naam zit is het makkelijker te onthouden, zoals vandaag, als we naar Ramarama rijden.

Het Waipoua Forest staat bekend om zijn eeuwenoude bomen. De Tane Mahuta is één van de oudste bomen van Nieuw Zeeland. Hij wordt geschat op 1500 tot 2000 jaar en hij heeft een omtrek van 14 meter en een hoogte van 51 meter. Deze Kauri-bomen groeien alleen in dit deel van Nieuw Zeeland en werden vroeger door de Mauri gebruikt voor het maken van grote kano’s. Nu wordt dit hout gebruikt voor meubels. De Kauri-bomen geven ook hars af, dat hier gum genoemd wordt. Bij ons heet het amber en er zijn enorme stukken amber, ruw of gepolijst, te zien in het Kauri-museum in Matakohe. Ook ontdek je daar hoe die enorme bomen uit het bos werden vervoerd en verzaagd.

Tijdens onze roadtrip over het Noordereiland van Nieuw Zeeland zien we ook eeuwenoude bomen, de Kaori.
De maatregelen tegen Kaori Dieback

De reuzenboom is makkelijk te bezoeken, omdat hij slechts op 5 minuten loopafstand van de weg staat. Het wordt aangegeven. Sinds ruim 2 jaar staat er een desinfecteerstation, waar je je schoenen moet laten desinfecteren. Dit als remedie tegen de Kaori Dieback, die de machtige Kauri bomen aantast en vermoordt. Sinds dit station is opgericht is de situatie op het Noordereiland van Nieuw Zeeland enigszins onder controle. Er is nog geen algehele remedie, maar dit helpt wel.

Van Ramarama naar Turangi

De afstanden in Nieuw Zeeland zijn niet groot, maar je doet er langer over dan je denkt. Vandaar dat we in Nederland een verkeerde inschatting hebben gemaakt van het Noordereiland van Nieuw Zeeland. Alhoewel het hele land net zo groot is als Groot Brittanië, en je daarom denkt, dat je in drie weken prima dat land kan doortrekken, blijkt als je hier bent, dat alles veel langer duurt. We moeten 17 december in de avond in Wellington aankomen, omdat de volgende dag om 8 uur de boot vertrekt naar het Zuidereiland. Dat betekent, dat we vandaag en morgen ongeveer 300 km per dag moeten rijden. Dat komt neer op 5 tot 6 uur rijden tijdens deze roadtrip door Nieuw Zeeland.

Het zijn hobbelige wegen met veel gerepareerde stukken erin en alleen maar bochten. De weg gaat ook nog heuvel op, heuvel af. Er zijn niet veel snelwegen hier. De enige snelwegen die er zijn bevinden zich bij de grote steden, zoals bij Auckland en Wellington. Maar in de rest van het land zijn de wegen tweebaans met af en toe stukken waar je kunt inhalen. Die stukken zijn dan 400 meter lang, dus je moet snel zijn om de vrachtwagen met boomstammen in te halen. Bovendien zijn er best veel Road Works gaande.

Dat is wel jammer, al dat gerij, maar dat hoort wel een beetje bij deze roadtrip door Nieuw Zeeland. Om de boel een beetje af te wisselen gaan we onderweg naar Orakei Korako, een geothermisch gebied met veel stomende geisertjes, modderbaden en zelfs een grot. Het is een wandeling van een kleine anderhalf uur en je wordt overgezet door een klein bootje. We hebben best wel veel van dit soort gebieden gezien ondertussen, maar het blijft toch een spectaculair gezicht, dat gepruttel en gestoom. En de kleuren zijn fantastisch!

Orakei Korako is een vulkanisch gebied, zoals er zoveel zijn op het Noordereiland van Nieuw Zeeland
Orakei Korako

Van Turangi naar Wellington

Turangi ligt aan Lake Taupo, een meer dat is gevormd in de kraker van een oude vulkaan. Op onze voorlopig laatste dag op het Noordereiland van Nieuw Zeeland rijden we door vulkanisch gebied, maar helaas is het zicht heel slecht. Het regent en is mistig en we zien niet veel. Het is Schots weer, evenals het landschap waar we doorheen komen. Geen bomen, geen struiken, alleen maar laag bij de grond spul, mijn soort landschap. Een deel van het gebied wordt gebruikt voor militaire doeleinden.

In de stromende regen komen we aan in de hoofdstad van Nieuw Zeeland, Wellington. We staan op een parkeerplaats voor campers achter een motel, maar het is de camping, die het dichtste bij is bij de Ferry naar het Zuider- eiland. Het ziet er supertriest uit, zo in de regen. We besluiten daarom maar naar een museum te gaan. Wellington heeft een heel groot Science & Nature museum en het is een bijzonder leuk museum Te Papa. Zeker ook voor kinderen. Alles is interactief, met veel knopjes waar je op kunt drukken en dingen die je zelf kunt veroorzaken. Ook kun je een aardbeving meemaken. De toegang is gratis!

Een opgezette Kiwi in het museum van Wellington
Een opgezette kiwi in het museum van Wellington

We zien hier eigenlijk voor het eerst een kiwi, opgezet weliswaar. Het is een vogel, die niet kan vliegen, maar wel kan lopen gelukkig. Hij komt alleen voor in Nieuw Zeeland. Vandaar dat Nieuw Zeelanders kiwi’s genoemd worden, want deze vogels zijn klein, maar leggen verhoudingsgewijs het grootste ei van de hele wereld!
Er worden hier trouwens ook kiwi’s geteeld, de fruitsoort, maar die vind je elders op de wereld ook.

Verder heeft het museum ook een monsterlijk grote inktvis, de Giant Squid, die voor de kust van Kaikoura op het Zuidereiland leeft. Hij heeft 2meter lange tentakels en er zitten klauwen aan die de grootte hebben van een mensenneus. In totaal is hij een kleine 5 meter. Als je hem ziet, denk je, dat ie uit een film van Steven Spielberg komt. Dat ie buitenaards is dus. De grootste die ooit is gevangen mat 11 meter, maar ze denken dat er zelfs exemplaren van 15 meter bestaan. Iegghh!

Roadtrip door Nieuw Zeeland over het Zuidereiland

Na de overtocht vervolgen we onze roadtrip door Nieuw Zeeland en komen we aan op het Zuidereiland. Lees verder in “roadtrip over het Zuidereiland van Nieuw Zeeland”. We zien een potvis, dolfijnen, zeehondjes, die net zijn bevallen en een kolonie Albatrossen die de enige is, die op het vaste land nestelt. Heel bijzondere indrukken! Hiervoor ga je naar Nieuw Zeeland.

Een albatros in vlucht
Albatros in vlucht