Connect with us

All Kinds of Things BLOG

Wokkel | door Manna Mulder

Een zak wokkels

Van alles wat er nog over blijft

Wokkel | door Manna Mulder

Vorige week het verhaal van Manna Mulder gelezen? Dat was namelijk de voorafgaande geschiedenis van dit Wokkel verhaal. Op zich zijn ze los van elkaar te lezen, maar het is wel handig als je de voorgaande geschiedenis kent.

Manna Mulder heeft haar eigen schrijfblog, daar komt dit verhaal ook vandaan.

Wokkel

(of: schets van onze generatie)

‘Je kunt jezelf op dit moment het beste vergelijken met een wokkel,’ sprak de huisarts. Ik was onder andere bij haar om de tijdelijke ongemakken te bespreken en de medicatie die daarbij gepast zou zijn. Nu ik zo dom gevallen was op mijn (daardoor afgebroken) vakantiereis en mijn operatie moest uitstellen, verstreken de weken nóg minder soepel.

Twister

‘Je gaat om te ontlasten een andere houding aannemen, dan krijg je daar ook weer last van en ga je wéér een andere houding aannemen en uiteindelijk loop je als een wokkel rond.’ 
Daar kon ik me wel in vinden. Van linkerknie naar rechterheup en dan ook nog linkerschouder, allemaal versleten tot op het bot, letterlijk. Daardoor gevallen en uiteindelijk heb je ín je eigen lichaam ook nog Twister gedaan, een spel dat uit kwam toen ik in de hoogste groep van de basisschool zat en toen, zonder enige moeite, me in bochten kon wringen waar ik nu nog van kwijlen kan.
Maar ja, ‘Vergangenheit’. Tijden verstrijken. Souplesse vergaat, en slijtage gaat in het kwadraat…. Een hedendaags rijmpje voor in een Poëzie-album.

Die Reise in die Vergangenheit

Van alle kanten werd ik opgemonterd: ‘die en die heeft ook een nieuwe heup. En die en die kon al heel snel weer lopen als een kievit.’                                                                                                                                                               Dát bood troost. Ik verkeerde zelf nog in het voorstadium: de verlengde wachtkamer. Na uitstel nu opnieuw de denkbeeldige wachtkamer. Even volhouden, nog een paar weken.

Doorgezaagde bovenbenen

Uit alle hoeken kwamen nu berichten van vrienden, van vrienden van vrienden, van bekenden van vrienden, de gewrichtenpolitie had het er maar druk mee. Iedereen had het op zijn heupen gekregen, hele en halve waren vervangen. Doorgezaagde bovenbenen met een nieuw blinkend stuk er in.                                                                                                                                                               Mijn grootste angst was ooit ’s nachts in mijn halfslaap binnengekomen: wat als de dokter afzaagt en ineens niet meer weet hoe het ook alweer verder moest. Dan ben je wel een stuk kwijt maar dan.  ‘Nee, gek, natuurlijk weet hij dat. Haal je niet van die enge dingen in je hoofd.’  

En als stap één gezet is, grappig in dit verband (ook grappig; verband), dan stap twee: het doormidden zagen van de knie. Getver, wát een teloorgang. Ooit in één geheel op de wereld gezet en nu, door slijtage, om wat voor reden ook, het ‘doorgezaagde meisje’ worden, tegen wil en dank. Het stemde niet zo vrolijk.                                                                                         

En trouwens, die schouder, waar kwam dat vandaan? Ik had nooit op mijn handen kunnen lopen. Naast een wokkel is het lichaam ook een rare snijboon, als je het van een afstand bekijkt.

Luilak

Maar zelfs mijn beste vriend (een van de) had er aan moeten geloven, op krukken vervroegd terug van vakantie wegens een ander ongemak, wondroos. En wat te denken van die andere vriend, die vroeger de politie uitdaagde op Luilak, in de Beethovenstraat, toen hij nog een fietsband over de weg spande en op het moment dat de motoragent-met-zijspan er aan kwam, bullepees in de aanslag, liet hij los. Zie hem nu. ‘Waar staat de auto?’ Turend naar een vehikel dat op dertig meter afstand staat probeert hij zijn kansen in te schatten: haal ik dit of niet.                                                                                                                                                               Mijn tip om een stok in de arm (hand) te gaan nemen in de wind slaand: ‘NEVER!’

Het is duidelijk, het tij is aan het keren voor ons. Een (soms letterlijk) kantelend tijdperk, dat van de ouderdom dat zijn intrede doet. We dènken dan wel dat we nog vijftien zijn, het moment waarop wij elkaar leerden kennen. En nu, vijftig jaar later, (ver-) stappen wij onvoorzichtig de toekomst in, met alle gevolgen van dien.

More in Van alles wat er nog over blijft

All Kinds of Mail

Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement

mrsdejong #ad

mrsdejong

Pagina’s

To Top