In Cliënt E. Busken, het laatste boek van Jeroen Brouwers, zit de hoofdpersoon vastgezet met gordels in zijn rolstoel op de gesloten afdeling van een instelling waar hij tegen zijn zin verblijft en denkt, piekert, maalt en bedoelt. Hij zegt niets en misschien is er iets mis met zijn gehoor, maar van wat om hem heen gebeurt blijft hij een scherp waarnemer en inwendig voorziet hij zijn medebewoners en het personeel van snerpend commentaar. Ongericht wentelen zijn gedachten door elkaar en bewegen zich van verontwaardiging en machteloos verzet tegen zijn situatie via troebele herinneringen naar megalomanie. “Cliënt E. Busken’ beschrijft een dag van zijn verblijf in de psychiatrische instelling. Navrant en hilarisch openbaart zich een warrig geestesuniversum.

Cliënt E. Busken

Jeroen Brouwers gebruikt een bijzonder Nederlands. De hoofdpersoon Busken blijkt een continue stroom gedachten te hebben, een brei van herinneringen en gesprekken, die maar door gaan, zonder begin, zonder eind. En Jeroen Brouwers probeert met zijn taal die gedachten invoelbaar te maken, door het verhaal op te schrijven zonder wit regels en met bijzonder weinig komma’s en punten. En dat verlangt wel iets van de lezer, want net als de hoofdpersoon, komt hij ook niet tot rust. Gelukkig zijn er nog wel hoofdstukken, maar het is exemplarisch, dat de hoofdstukken beginnen met 3 puntjes …, alsof je meteen ergens invalt. Door het gebruik van die puntjes zit je meteen weer in de hersens van Busken, die geen moment hebben stil gestaan.

Oude mensen

Zoals veel oude mensen kan Busken af en toe niet op bepaalde woorden komen. Eerst omschrijft hij het, “bol, gekleurd, ze zijn er in blauw en roze” en dan komt hij met het woord “dondrens”, rododendrons dus. Net als de GVR van Roald Dahl verhaspelt hij woorden, wat af en toe tot een grappig woord leidt.

Verzorgingshuis

Het boek doet me bij vlagen denken aan Hersenschimmen van J. Bernlef, dat gaat over dementie. Maar ook moest ik vaak denken aan Hendrik Groen, vanwege de setting in een verzorgingshuis c.q. bejaardentehuis, waar verzorgenden de bewoners nogal badinerend toespreken. Busken heeft bijna geen goed woord over voor zijn verzorgers. Met iedereen is wat mis. Ze worden gefileerd. Bij elke verandering gromt hij en als hem iets niet zint, slaat hij in een spasme om zich heen.

Mede-cliënten

Het verzorgingshuis beschrijft hij als een penitentiaire inrichting, bevolkt met mongolen, alzheimers, dementen, asperges, parkinsons, autisten, getikten, ontwrichten en gestoorden. Daarmee bedoelt hij de bewoners, zijn mede-cliënten. En ook het woord cliënt is expres gekozen. Hoewel de bewoners duidelijk patiënten zijn, is de aanduiding nu cliënten. Maar dat neemt niet weg, dat de verzorgers nog steeds de bewoners als baby’s behandelen.

Jeroen Brouwers - Cliënt E. Busken is geen vrolijkmakend boek, maar wel eentje die je bij blijft

Bijzonder boek van Jeroen Brouwers

Het feit, dat ik nu, dagen nadat ik het gelezen heb, nog steeds het boek in gedachten heb, betekent wel iets. Het is een bijzonder invoelbaar boek geworden, juist door de keuze van woorden en zinnen, die maar doorgaan. De onttakeling van het lijf, het onvermogen om zich te uiten, herinneringen waar hij zichzelf nog steeds ziet als jonge god, het verlangen naar de dood, het komt allemaal voorbij. Het is geen vrolijk makend boek, wat Jeroen Brouwers geschreven heeft. Je wenst niemand het leven van Cliënt E. Busken toe. Ik heb echter genoten van het ingenieuze taalgebruik van Jeroen Brouwers met verzonnen woorden, associaties en bijzondere zinsconstructies. Het is een bijzonder boek, dat me nog lang zal bij blijven. Te koop bij Bol en bij de betere boekhandel.

Voor een verzamellijst met meer boekentips, ga je naar Boekenlijst 2020 tips.